top of page
  • Writer's pictureMaron Theunis

Een culinaire vlucht door de Himalaya: zo zag ons menu in Nepal eruit

Kruiden, kruiden en nog meer kruiden. Voeg daar wat linzen en rijst aan toe en je hebt de kneepjes van de Nepalese keuken te pakken. Hoewel dit vooral in hun curry’s en het traditionele dal bhat wordt gebruikt, vind je in Nepal ook een heleboel Indische of Westerse gerechten. Wat we tijdens onze expeditie met NOMADventure in het Manaslu Conservation Area zoal tegenkwamen op het menu lees je hier!


1. Momo’s


Het eerste gerecht dat ik proefde na aankomst in Kathmandu waren momo’s, en deze gevulde deeghapjes zijn dan ook niet weg te denken van het Nepalese menu. Gestoomd, gefrituurd of in een bak met curry soep: ze worden op verschillende manieren bereid en dus is er voor ieder wat wils. Zelf bestelde ik telkens de ‘veg momo’ boordevol groenten, maar je kunt ze ook bestellen met rundvlees of kip.


De eerste keer dat ik ze bestelde had ik net twee vluchten en een veel te lange overstap in New Delhi achter de rug (groetjes aan de onbehulpzame dame aan de transferbalie). Ik kwam vermoeid, opgelicht (tja, dat krijg je als je vermoeid het vliegveld uit loopt) en hongerig aan, maar werd meteen warm ontvangen door mijn medereizigers die al eerder in de stad waren aangekomen. We hadden inmiddels in een paar uur tijd een groot deel van de stad doorgelopen, simkaarten geregeld voor contact met het thuisfront en waren toe aan een lekkere maaltijd. Vlakbij Durbar Square vonden we een rustig plekje met een binnentuin mét, je raadt het al, momo’s op het menu!


Niemand van ons had ze al geprobeerd, maar ik herinnerde me dat Joenah ons hierover had verteld, dus ik was vastberaden om ze te proberen. We maakten er een heus momo-buffet van: gestoomd en in soep, en van vlees, kip en groenten. Thuis voeg ik graag chili toe aan elke maaltijd, dus ik bestelde de extra pittige versie. Spoiler alert: ik had mijn ‘spice-tolerantie’ nogal hoog ingeschat. Té hoog, zoals je wel had kunnen raden. De momo-soep was erg lekker en het was een goede voorbode van de gezelligheid met de groep, maar als ik je vertel dat mijn neus begon te lopen van alle kruiden is dat nog maar zacht uitgedrukt!


Eenmaal in de bergen ontkwam ik overigens nergens aan momo’s en ik heb hier dan ook nog een aantal keer van genoten. Ze kwamen in porties van tien en vaak met een lekker (maar pittig!) sausje erbij. Ik zal nooit vergeten hoe één van mijn medeavonturiers dagelijks minstens één portie momo’s extra bestelde. Tijdens de laatste lunch in Pokhara nam ik ook momo’s, en zo was het cirkeltje voor mij weer rond. We zaten daar in een wegrestaurant langs het meer, nadat we daar overheen waren gevaren in kano’s om bij de zogenoemde ‘Peace Pagoda’ te komen.. een soort tempel was dat. Anyway, momo’s dus. Ik ben inmiddels bijna twee weken thuis en heb nog geen momo’s gemaakt, maar het recept is opgetrommeld dus dat ga ik zeker nog doen.




2. Dal bhat


Tijdens de trek kwamen we elke dag na een flinke wandeltocht aan bij onze lunchpauze om onszelf even op te laden. Tassen werden van schouders gegooid, bankjes werden opgezocht en water werd bijgevuld. Op de lunchplek waren we vaak alleen, en ik vond het erg interessant om een kijkje te nemen in de keukens. Daar werd voor ons en de gidsen dal bhat bereid: rijst, dal (een soort bouillon met linzen), curry, papadum of kroepoek en een heleboel spicy groenten waarvan ik de naam niet ken! Het leuke aan dal bhat is dat het er overal weer heel anders uitziet en dat je onbeperkt bij kunt bestellen. Ik was zelf enorm fan van de curry, dus daar vroeg ik altijd een beetje extra van. De meeste groenten waren erg pittig, maar mijn beste tip is om alles gewoon lekker door elkaar te gooien! Na de lunchpauze waren we dan ongeveer op ⅔ van de route die dag, dus met een nieuw bodempje voedsel konden we er weer goed tegenaan voor de laatste etappe.


De eerste keer dat ik dal bhat at was onderweg naar ons startpunt in Tatopani, waar we vanuit Kathmandu met de bus naartoe reden. We stopten ergens langs de weg, waar verder alleen maar locals zaten. Wat me direct opviel toen ik uit de bus stapte, was dat er vier restaurantjes naast elkaar zaten die alle vier precies hetzelfde waren ingericht. In elk van de restaurantjes stond de dame des huizes aan de linkerkant in haar keukentje dal bhat te koken, was het winkeltje aan de rechterkant en het restaurant aan de achterkant. Het was een erg grappig en tekenend beeld voor Nepal. Buiten liepen kippen rond en de grond was erg droog en stoffig- onze eerste kennismaking met zwart gevulde neusjes!


Ook leuk om te vertellen is dat het in Nepal heel gewoon is om met je handen te eten. Vieze handen of niet, onze gidsen aten dus elke maaltijd uit het vuistje. Zelf durfde ik mij daar niet aan te wagen, maar één van de lieve meiden uit onze groep wel: op dag drie, onderweg van Bihi naar Namrung. Onze Nepalese gidsen vonden dat ontzettend leuk om te zien en zeiden dat ze at

als een echte Nepalees.




3. Fried springroll


Thuis at ik vroeger graag een vettige groente loempia op de woensdagmarkt- lekker, maar niet erg vullend of bijzonder. Dus toen de springroll op het avondmenu stond had ik er eerst wat twijfels bij. We waren net aangekomen in Philim, onze tweede slaapplek. Dit dorpje is voor mij mijn absolute highlight geweest van alle slaapplekken, want de manier waarop het guesthouse was ingericht gaf mij echt een kampeergevoel. In het midden stond een overkapping met een rieten dak en daaromheen stonden kleine huisjes gebouwd. Daarachter lag een groot grasveld met een groot houten huis waarvan de balken felgekleurd waren. Voordat we het dorpje inliepen (op zoek naar de nodige snacks) kwam Bram met de eetkeuzes naar ons toe: de Nepalese versie van mac&cheese of de springroll. Twijfels dus, maar uiteindelijk geen spijt van gehad! De springroll was eigenlijk gewoon een soort grote gefrituurde momo, maar dan met kaas. Nou je kunt de Nederlander uit Nederland halen, maar je haalt Nederland niet uit de Nederlander... Een beetje kaas kon ik dus zeker waarderen!


De tweede en laatste keer dat ik mijn springrolls at, was op de terugweg vanuit Samdo naar Samagaun, toen ik moest afdalen vanwege hoogteziekte. Ik was ‘s middags misselijk geweest maar inmiddels weer toe aan een maaltijd en wist: die springroll is een lekker vullende hap. Het voelde vreemd om weer terug te zijn op die plek waar je diezelfde ochtend juist vandaan liep. Na die maaltijd begon ik aan een lange afdaling door het bos, langs zandvlaktes en door gekleurde dorpjes.




4. Ginger, lemon, honey tea


Wat ik tot slot echt ga missen zijn onze teabreaks! Vanaf dag één waren er mensen uit onze groep verkouden met verstopte neuzen en last van de luchtwegen. Niet erg handig dus wanneer je een berg op gaat lopen en de lucht steeds ijler wordt. Gelukkig wist onze gids dé oplossing: ginger, lemon, honey tea. Oftewel: een heleboel smaken in een klein beetje water. Thuis drink ik mijn thee zonder smaak, dus het was wel even wennen. Maar wanneer je ‘s ochtends moe en met spierpijn aan het ontbijt komt en je gids zo vrolijk als een kind in de snoepwinkel “Ginger, lemon, honey tea” roept om te vragen of je het ook wilt, dan wordt het snel een momentje waar je je aan hecht. Dus zo gingen we de reis door: ‘s ochtends bij het ontbijt, vóór de lunch tijdens een tea break en zelfs op 4000 meter bij de Pungen Gompa, waar helemaal geen guesthouse zit en alle ingrediënten (inclusief pot) hoogstpersoonlijk naartoe moeten worden gesjouwd!


Voor de mensen die extra verkouden waren was er overigens nog een extreme versie van deze thee, namelijk met kurkuma erin. Je weet wel, dat gele goedje wat een beetje naar aarde smaakt. De thee die we dronken was overigens ook nog eens goed tegen hoogteziekte, want citroen vermindert klachten als hoofdpijn of koorts.



Je leest het al; ik heb mijn buikje goed rond gegeten tijdens deze reis. Heb je ook zo een trek gekregen na het lezen van dit artikel? Kijk dan snel op de Nepalpagina om te kijken wanneer jij op culinair avontuur kan in de Himalaya!




54 views0 comments

Recent Posts

See All

Comments


bottom of page